Geschiedenis

Van palts naar klooster naar Generaalshuis. Ontdek de volledige geschiedenis van Theater aan het Vrijthof.

Een millennium geleden was Maastricht de hoofdstad van een gebied dat zich uitstrekte van Friesland tot de Vogezen: Neder-Lotharingen. Het heeft bijna duizend jaar geduurd vóór de spectaculaire ontdekking werd gedaan dat het Vrijthof uit de Nederlotharingse tijd niet één maar twee luisterrijke bouwwerken telde. Het Vrijthof was niet alleen het plein van de Sint-Servaasbasiliek, maar ook het plein van de palts. Dankzij het oudheidkundig bodemonderzoek dat van november 1988 tot augustus 1989 plaatsvond, weten we nu dat er van 1000 tot 1200 aan de noordzijde van het plein een groot hertogelijk paleis heeft gestaan.

In 1224 is er op de plaats van de palts een nonnenklooster verrezen, als doodsteek aan de wereldlijke macht van de hertog van Lotharingen, die voorheen in de palts resideerde. In dat jaar werd, op initiatief van Rudolf van Worms te Hildesheim, de congregatie van de Witte Vrouwen gesticht. De doelstelling van deze orde was: bekering van ‘gevallen vrouwen’. Officieel heette de congregatie Penitenten van de Heilige Maagd Maria, maar iedereen sprak van Witte Vrouwen vanwege de witte kloosterkleding.

Was het klooster gebouwd op de fundamenten van een wereldlijk gebouw, zes eeuwen later – in 1805, om precies te zijn – werd op de fundamenten van de kloosterkerk weer een wereldlijk gebouw gebouwd: het Generaalshuis. Opdrachtgever was handelaar in tabak en meekrap, Petrus de Ceuleneer, die François Hermans in 1803 opdracht gaf tot ontwerp en bouw van een groot stadspaleis in neoclassicistische stijl.

In 1825 kocht generaal B.J.C. Dibbets, commandant van de vesting Maastricht, het huis van De Ceuleneer voor 35.640 gulden. Aan deze generaal, baron Dibbets, is ook de naam van het uiteindelijke generaalshuis ontleend. Na Dibbets hebben nog een aantal notabelen in het Generaalshuis gewoond, waaronder de generaals F.B.A.P. van der Capellen en A.J.J. Des Tombe, ook wel liefkozend "de Stoomp" genoemd, beiden eveneens commandant van Maastricht.

In 1914 werd het pand verkocht aan de Gemeente Maastricht. Het gebouw was achtereenvolgens de thuishaven van het stedelijk museum, de gemeenteontvanger, het stadsarchief, stadsbibliotheek en de gemeentepolitie.

De aanloop naar het theater aan het Vrijthof
Er mag over worden getwist wanneer de wordingsgeschiedenis van Theater aan het Vrijthof haar aanvang nam. Vier jaartallen komen in aanmerking: 1948, 1978, 1981 en 1989.

In 1948 werd het maandblad Kunstschouw opgericht, dat zich presenteerde als het officiële orgaan van de Maastrichtse Stadsschouwburg, het Maastrichts Stedelijk Orkest en de Maastrichtse Kunstkring. In het tweede en derde nummer, ter voorbereiding op de aanstaande 160e verjaardag van de Stadsschouwburg op de 27e oktober van dat jaar, werd teruggeblikt op de geschiedenis van het toneelleven in Maastricht. De artikelenserie eindigde met een intrigerende opmerking: ‘Eeuwen gaan voorbij en bij de herdenking van het 160-jarig bestaan zien we begerig uit naar de nieuwe stadsschouwburg gelegen aan het Vrijthof, ter plaatse van het politiebureau.’

Het tweede mogelijke startpunt voor de wordingsgeschiedenis van Theater aan het Vrijthof is 1978. In dat jaar werd in het meerjarenplan dat aan de gemeenteraad van Maastricht werd gepresenteerd, een reserve van 55 miljoen in de gemeentebegroting voorzien. Van dat bedrag zou 7.5 miljoen als bestemmingsreserve kunnen worden vastgelegd ten behoeve van een nieuw onderkomen voor muziekuitvoeringen, waarvan 2.5 miljoen gereserveerd was voor exploitatiekosten. Uitgangspunt van het Muziekhuis was het eisenprogramma van de toekomstige gebruikers: het Cultureel Centrum en het Limburgs Symfonie Orkest (nu bekend als philharmonie zuidnederland).

Op 15 augustus 1981 kreeg ‘de realisering van een muziekhuis in en achter het Generaalshuis’ groen licht. Maar Theater aan het Vrijthof had een financieel gat wat opgevuld moest worden vanuit sponsoring uit de particuliere sector. De toenmalige burgemeester van Maastricht, Philip Houben, was ervan overtuigd dat sponsoren vinden wel zou lukken. En inderdaad, het lukte hem zelfs meer dan het benodigde sponsorgeld binnen te halen. De namen van de zogeheten ‘Guldengevers’ hebben in het gebouw dan ook een ereplaats gekregen. Een van de grote sponsoren was de Koninklijke Nederlandse Papierfabriek Maastricht, waarnaar de grote theaterzaal is vernoemd; de Papyruszaal.

Op 13 mei 1985 werd aangevangen met de restauratie van het Generaalshuis en in 1987 werd het plan aan de gemeente gepresenteerd om van het muziekhuis aan het Vrijthof een theater te maken. Zo ontstond de naam Theater aan het Vrijthof ‘een naam die klinkt en zingt’ volgens burgemeester Houben. Op 13 december 1989 begon de officiële verbouwing van het theater. Achter het Generaalshuis werd het theater gebouwd naar een ontwerp van Arno Meijs, die ook een aantal theaters van Joop van den Ende heeft ontworpen.

Theater aan het Vrijthof
Mr. Philip Houben opende op 4 januari 1992 het theater met een memorabele Uit Probeer Avond. Een solovoorstelling voorzien van eigen teksten, conferences en liedjes gecomponeerd door Tonny Eyk. Deze avond was een eerbetoon aan alle negenentwintig ‘Gulle Gevers’. De eerste nationale artiest was André van Duin met de Revue. Zo’n 5000 bezoekers kregen de gelegenheid om zijn revue bij te wonen. In maart 1992 werd Theater aan het Vrijthof officieel geopend. Een gebeurtenis die live op televisie werd uitgezonden. De eerste directeur van het nieuwe theater was Piet van Hest, voormalig documentairemaker bij de KRO. In 2001 werd hij opgevolgd door Jacques Giesen, gevolgd door Guido Wevers, Hugo Haeghens en de huidige directeur Jean Boelen.

De Papyruszaal heeft in 2003 haar eerste opknapbeurt ondergaan. Hierbij zijn alle stoelen vervangen, zijn er meer zitplaatsen gecreëerd en is er meer beenruimte gekomen. In 2004 is de toneeltoren verhoogd en zijn de trekkenwanden volledig geautomatiseerd. In 2017 bestond Theater aan het Vrijthof 25 jaar en stond er een nieuwe verbouwing gepland. De eerste fase heeft zicht voortgedaan in 2017, waarbij de kleedkamers, toiletten, douches en foyer voor de bezoekende artiesten en de publiekstoiletgroepen zijn gerenoveerd. De tweede fase is begonnen op 4 juni 2018. In deze fase wordt de Papyruszaal verbouwd met vernieuwend akoestiek, theatertechnische infrastructuur en nieuwe theaterstoelen. Op 4 en 6 oktober 2018  werd de Papyruszaal feestelijk heropend.

Schermafbeelding 2018-11-14 om 13.58.54.png