column

My Fair Lady

11 juni 2007

Bloedheet was het.

In de zaal hing een vette damp, een mist.

De November regen had toegeslagen maar dat hield de dorpsbewoners niet thuis.

Luidruchtig pratend en gebarend lieten ze zich droog worden in de parochiezaal.

De dampen sloegen uit, bloedheet werd het.

Maar grote opwinding heerste.

Daar, achter het gordijn, daar vooraan in de zaal, daar gebeurt het zo meteen!

Het licht dooft. Het geroezemoes wordt eerst sterker maar stokt dan.

Volkomen onverwacht komt er, van achter uit de zaal, een groep acteurs op.

Uitbundig gekleed, zingend zetten ze koers richting podium.

De zaal staat in brand!

Horen en zien vergaat me.

Dit is sensatie.


Op dat ogenblik weet ik het: ooit wil ik dit ook.

Hier wil ik bij horen.


Dat was toen, in de parochiezaal van Mechelen-aan-de-Maas.

Maasmechelen bestond zelfs nog niet.

Daar in de parochiezaal van die pré fusie gemeente, speelde Het Rijzend Volkstheater uit Antwerpen: My Fair Lady.

Hoe mooi kan het leven zijn en hoe verschrikkelijk ook: hoe die professor Higgins dat meisje liet oefenen op die stomme... maar hoe verrukkelijk toen ze ter bruiloft trokken.

Wekenlang neurieden we de deuntjes.

Wekenlang imiteerden we "Doolittle"


Weer is het bloedheet, maar nu 40 jaar later.

Vandaag is het de zomer die de mensen het theater inlokt.

Ik bén ondertussen aan het theater.

Ik kén de magie en de trucs zo langzamerhand wel, maar geloof me, wanneer ik op 26 juni bij de eerste voorstelling in de zaal ga zitten, zal mijn hart sneller kloppen en weet ik dat ik de komende weken al die deuntjes weer neuriën zal.

Als het effe kán duik ik daarna de zomer in.

Guido Wevers