column

Vakantie

29 juni 2007

"Meent u dat?", vraagt mijn gesprekspartner verbaasd.
"Telt Maastricht niet meer dan 127 duizend inwoners?"
Zij, mijn gesprekspartner, woont en werkt sinds een paar maanden in Gent.
Haar Nederlands is niet accentloos maar ze komt een heel eind. Toch stapt ze gretig over naar haar moedertaal wanneer ze merkt dat het gesprek ook in het Frans gevoerd kan worden.
"Ach", zeg ik nonchalant, "voor Maastrichtenaren is dat enkel een kwestie van een a door een e te vervangen ét voila: Maestricht."
De 'mare' had haar deze kant uitgelokt.
"Wat hebben jullie hier een geweldige culturele infrastructuur!"
"Ja", fluister ik haar toe, "maar we beseffen het zelf te weinig".
"En", mijn volume wordt steeds groter, "er zijn nog een aantal noden die echt aangepakt moeten worden".
Voor ik het weet zit ik midden in een gloedvol betoog over subsidieproblematiek, over middenzalen en muziekhuizen, over de AINSI die nu echt van start gaat, over de Timmerfabriek, over 7 festivals maar vooral over de potenties van de stad, over haar identiteit, het eigen gezicht hier in het Zuiden van Nederland op de draaischijf naar de Latijnse cultuur.

Hoe zei Pierre Kemp dat ook alweer?
De stad is één groot beminnen
Over straten en bruggen bonst en gonst
de verchristelijkte bronst

Mijn gesprekspartner hapt naar adem en ik herken de bliksem in haar ogen.
Een blik vol verbazing, vol verwondering.
Een blik die je hier half augustus vaker ziet. Wanneer we weer terug zijn van weggeweest. Geef toe, zelden hoor je grotere liefdesverklaringen over Maastricht dan op campings ver van hier. Mij staat nog levendig een zwoele zomeravond bij op 'n camping in Barcelonette. De fietstocht door de Franse Alpen zat erop, de wijn smaakte naar meer en de nacht was nog zwart van uren.
Oké, ik geef volmondig toe, daar op die camping zweefde het heimwee naar Maastricht als een warme deken door de nacht.
Overdreven natuurlijk, sentimenteel gelul juist maar toch, een mens moet met regelmaat weggaan om weer fris terug te komen, om weer te kunnen zien wat er te zien is.

U leest het goed: het wordt hoog tijd dat het vakantie is.
Mag ik u allen een goede zomer wensen!

Guido Wevers