Severin von Eckardstein & Isabelle van Keulen

Pianokwartet

maandag 13 maart 2017 / 20:00 uur
1 pauze / 21:50 uur einde
Theater aan het Vrijthof: Papyruszaal
Genre: Muziek en Opera

>
<
>
<
marco borggreve
© MARCO BORGGREVE
>
<

Koningin-Elisabeth-Wedstrijd-winnaar Severin von Eckardstein schitterde vorig seizoen met Liza Ferschtman & Friends in o.a. de zinderende vertolking van het Pianokwintet van César Franck. Dagblad De Limburger bekroonde het concert met een 5-sterren-recensie.

 

Met Isabelle van Keulen op altviool, en vaste kamermuziekpartners Franziska Hölscher op viool en Danjulo Ishizaka op cello, zijn de verwachtingen opnieuw hoog gespannen. Één van de niet te missen concerten van het seizoen!


 

Programma:

Gustav Mahler (1860-1911) - Pianokwartet in a

Gabriel Fauré (1845-1924) - Pianokwartet nr 1 in c opus 15

Johannes Brahms (1833-1897) - Pianokwartet nr 2 in A opus 26

Last year, Severin von Eckardstein shared the stage with Liza Ferschtman & Friends. They played César Franck’s piano quintet, which was reviewed with 5 stars by local newspaper Dagblad de Limburger. This evening Isabelle van Keulen (viola), Franziska Hölscher (violin), and Danjulo Ishizaka (cello) will join von Eckardstein on stage.  A promising and must-see performance!

» Lees verder

Zie ook:

» severin-eckardstein.de

Piano, Severin von Eckardstein

Altviool, Isabelle van Keulen 

Viool Franziska Hölscher 

Cello Danjulo Ishizaka 

Programma:

Gustav Mahler (1860-1911) - Pianokwartet in a 

De muziekliefhebber kent Gustav Mahler als de schepper van kolossale symfonieën en romantische liederencycli. Weinigen zullen beseffen dat de meester ook een kamermuzikaal werk op zijn naam heeft staan. Een jeugdwerk uit 1876-78. Oorspronkelijk omvatte dit eerste en enige pianokwartet meerdere delen. Het was een volwaardig afstudeerwerkstuk, tot stand gekomen aan het slot van zijn vierjarige conservatoriumopleiding. Mahler was best tevreden over zijn creatie. Ook zijn leraren vonden het een interessant werkstuk. Hij stuurde de partituur in voor een compositieprijsvraag in Rusland. Helaas is het kwartet daar goeddeels verloren gegaan. Alleen het volledige openingsdeel en schetsen van het begin van een scherzo zijn bewaard gebleven.

Het ‘Pianokwartet in a’ is in de overgeleverde vorm - zoals de Duitsers dat uitdrukken - een Klavierquartettsatz, dus een eendelige compositie voor piano en strijkkwartet. De tempoaanduiding is Nicht zu schnell. Het rustig zingende hoofdthema mijmert in de geest van Schubert, Schumann en Brahms. Haast elke frase eindig met een vraagteken. ‘Warum? Wohin? Und soweiter.’ Het neventhema is dynamischer, beslister van aard. De piano vertolkt in de expositie slechts een ondergeschikte, hoofdzakelijk begeleidende rol. In de doorwerking laaien de emoties flink op en legt de pianist ook meer gewicht in de schaal. De reprise ademt de milde onschuld van de adolescent die nog veel van het leven moet ervaren. Hoewel… aan de slotnoten gaat een heftige cri de coeur van de primarius vooraf. Alma Schindler leerde Gustav Mahler overigens pas in 1901 kennen. 

 

Fauré (1845-1924) - Pianokwartet nr 1 in c opus 15

Tot zijn 35e jaar was de bescheiden Gabriel Fauré - zoon van een provinciale schoolmeester uit Zuid-Frankrijk - een relatief obscure organist, die, om wat bij te verdienen, pianoles gaf en pianobegeleiding verzorgde. Nadien ontwikkelde Fauré zich tot componist van het kleine werk. Hij concentreerde zich op pianomuziek en kamermuziek. Hij componeerde nimmer een symfonie of een grootschalig concert. Zijn enige opera ‘Pénélopé’ is nooit een succes geworden. Toch geldt hij nu als een van de belangrijkste Franse componisten uit de periode tussen Hector Berlioz en Claude Debussy. Wie de verfijnde elegantie van de muziek van Fauré afdoet als ‘Gallische kitsch’, doet er verstandig aan zich te realiseren dat bombast en superdoorwrocht contrapunt ook niet alles is.

Er gaat aan de wording van het pianokwartet uit 1879 een verdrietige geschiedenis vooraf. Via collega Saint-Saëns was Fauré in contact gekomen met de zangeres Pauline Viardot. Op een van haar graag bezochte soirees werd de componist op slag verliefd op Viardot’s dochter, Marianne. Het supertimide meisje beantwoordde zijn avances maar flauwtjes. Vijf jaar lang hield Fauré stug vol. In 1877 was het eindelijk zover. Het stel verloofde zich. Vier maanden later verbrak Marianne alsnog de relatie. Zij bekende later dat ze de attenties van haar minnaar eerder als intimiderend dan als innemend had ervaren. Gabriel Fauré moet zich natuurlijk verschrikkelijk gefrustreerd hebben gevoeld. Om zijn onlustgevoelens van zich af te schrijven, componeerde hij zijn eerste pianokwartet in de ernstige toonsoort c klein.

Verwacht overigens in dit nobele pianokwartet geen heftige uitbarstingen van een getormenteerde ziel. De muziek is overwegend mild pathetisch, zacht droevig gestemd. De melodieën vloeien in het eerste deel, Allegro molto moderato, als vanzelfsprekend in elkaar over. Het vluchtige Scherzo (Allegro vivo) dat volgt, is zelfs luchthartig van toon. Het is alsof de componist een beetje om zijn eigen deernis moet lachen. De dempers op de strijkers geven het trio een quasi sombere wending. De piano blijft onverstoord en vingervlug over de toetsen dartelen. Het ingetogen Adagio verklankt nog het best de teneergeslagen gevoelens van de componist. De kordate finale, Allegro molto, heeft iets van ‘niet langer treuren, de wereld is heus niet vergaan, opkrabbelen en doorgaan’. De muziek eindigt in een stralend C majeur. 

 

Johannes Brahms (1833-1897) - Pianokwartet nr 2 in A opus 26

“Ich habe mit jedem Takt an Clara (Schumann) gedacht.” Vermoedelijk hebben alledrie de pianokwartetten van Johannes Brahms een programmatische ondergrond, die samenhangt met de liefde van Brahms voor de enkele jaren tevoren weduwe geworden Clara Schumann. Al in 1855 schijnt de componist zich in Düsseldorf met het componeren van deze pianokwartetten bezig te hebben gehouden. En juist in die tijd ondersteunde hij intensief het gezin Schumann, dat vanwege de deplorabele geestestoestand van vader Robert zulke moeilijke tijden doormaakte. Het kwartet in A, voltooid in1861, is een en al gracieuze romantiek. Overduidelijk  zingt hier een man met weemoed naar vervlogen verliefdheid in het hart. Brahms legt zichzelf geen enkele beperking op. De thema’s zijn melodieus, veel minder geconstrueerd dan dikwijls bij deze soms wat academische componist het geval is. Het werk is in het genre pianokwartet een van de meest omvangrijke ooit gecomponeerd. Meer dan drie kwartier puur genieten!

 

In het eerste deel, Allegro non troppo, neemt de piano het initiatief. Dadelijk ervaart de luisteraar te worden meegenomen in de romantische maalstroom van hunkering, van verlangen naar beminnen en bemind worden. Het gelukzalige, meer dansante, neventhema is al net zo meeslepend als het hoofdthema. De componist vertelt ons in euforische toonaarden hoe verliefd hij zich voelde. De smeuïge tertsen en sexten verwarmen hart en ziel. De muzikale frasen in de doorwerking klinken als dialogen tussen geliefden:“Hou je echt van me? En jij, net zo veel van mij?” In het pathetische thema van het Poco adagio citeert Brahms de derde strofe uit Schuberts’ lied ‘Die Stadt’ (nummer elf uit ‘Schwanengesang’ D 957) . De onheilszwangere tekst van Heinrich Heine luidt als volgt: “Die Sonne hebt sich noch einmal leuchtend vom Boden empor und zeigt mir jene Stelle wo ich das Liebste verlor.” Kennelijk treurt Brahms in dit deel over de onvermijdelijke verwijdering die later tussen hem en de veel oudere Clara is ontstaan. Het ontspannen Scherzo. Poco allegro - Trio is een intermezzo in een voor dit deel ongebruikelijke sonatevorm. Het is de opmaat naar de Finale. Allegro. De Hongaarse poesta is de inspiratiebron waaruit Brahms het vurige, mannelijke hoofdthema put. Het contemplatieve (berustende) neventhema vormt het logische contrast.